"Kijk hoe veel ingangen er zijn! Hier zitten denken ik wel zo'n twintig a dertig beesten." Neuteboom stopt enkele zakjes met knalrood giftig voer in de gangen, veegt wat zand erover en legt de tegels terug.
Neuteboom is rattenvanger voor de Dienst Ongediertebestrijding van de GGD. Ieder jaar krijgt de dienst ongeveer 1500 meldingen van ratten in de stad. Bedrijven moeten betalen voor de bestrijding van de beesten, maar voor particulieren is het gratis. De GGD heeft met alle stadsdelen een contract waarin de bestrijding van ratten in en rond woningen geregeld is.
Tijdens een gesprek twee weken eerder legde Gerrit Otten, het hoofd van de dienst, uit hoe de bestrijding werkt. "Als we een melding van ratten in of rond een woning gaat er een bestrijder heen om de aard en omvang van het probleem vast te stellen. Daarna plaatsen we lokaas met gif. Na een week controleren we hoeveel van het voer is opgegeten, om te kijken of er nog dieren zijn. Dat blijven we doen tot er niets meer gegeten is."
"Het gif is een anti-bloedstollingsmiddel. Na drie of vier dagen gaan de ratten dan dood door inwendige bloedingen." Otten legt uit dat dit beter is dan gif waarvan de ratten ter plekke dood neervallen, omdat hun soortgenoten dan door hebben dat er iets mis is met het voer.
Bestrijder Neuteboom, die door bekenden wel eens schertsend de ‘rattenvanger van Hamelen’ wordt genoemd, toert deze ochtend op z'n brommer door Oud-Zuid. Na de Hemonystraat is de Toldwarsstraat aan de beurt. Hier komt Neuteboom voor een derde bezoek. Van het voer dat hij in een zwart lokdoosje in de kruipruimte had geplaatst is niet meer gegeten: de ratten zijn dood. Een van de bewoners, een wat oudere man, is blij. Bij hem kwamen de beesten in z'n keuken. Hij vertelt trots dat hij de eerste keer dat Neuteboom langskwam zelf een rat had gevangen. "Met een val en een stukje spek. De eerste twee keer had dat beest het spek eraf weten te halen. Maar de derde keer had ik het met superglue vastgelijmd, en toen had ik hem."
Als ratten in of rond een woning leven komt dit meestal door bouwkundige problemen, zoals een verzakt riool, gaten in muren of kapotte luchtroosters. Anders kunnen ze de woning of de hun kelders niet in. Bij een melding van overlast aan de Ceintuurbaan is dit mooi te zien. Voor enkele luchtroosters die naar de kruipruimte leiden zit geen raster. "Daar zijn die ratten dan blij mee, tsjonge!", aldus Neuteboom. Hij legt uit dat kruipruimtes ideale woonplekken zijn voor ratten omdat ze lekker warm en droog zijn. Via de open luchtroosters kunnen ze dan de straat op om voedsel te zoeken. In oude wijken zoals deze zijn kruipruimtes ook vaak erg groot, meestal lopen ze onder een heel huizenblok door.
De beesten gebruiken op deze locatie niet alleen luchtroosters maar hebben ook vanuit de kruipruimte een gang gegraven naar de straat, dwars onder een portiek door. Neuteboom opent een luik naar de kruipruimte en licht met zijn zaklantaarn bij in het donkere gat. Er ligt een hoop zand met daarin tientallen keutels. "Kijk, hier lopen allemaal buizen. Waarschijnlijk zit er ruimte rond die buizen op de plek waar ze door de buitenmuur gaan, en maken de ratjes daar gebruik van."
Na enkele andere plekken met verzakte tegels en overlast in kruipruimtes te hebben bezocht, bezoekt Neuteboom aan het eind van de middag de woning van een gezin met kinderen aan de Aalsmeerweg dat al jaren regelmatig last heeft van ratten in de keuken. "Je ruikt de beesten ook", zegt de moeder, terwijl ze een keukenkastje leegruimt. Van achterin het kastje komt een scherpe lucht tevoorschijn. "Dat is een typische pislucht", antwoordt Neuteboom. Er zit waarschijnlijk een gat in de vloer onder het keukenblok, waardoor de ratten naar binnen kunnen. Dit keer gaat de vrouw een brief schrijven naar de woningbouw om te eisen dat die wat doen aan haar keuken. Ze vertelt: "Het ergste wat ik met die beesten heb meegemaakt was in 2000. Ik lag in de kamer hiernaast te bevallen, en op het moment dat de vroedvrouw kwam was mijn man net een rat aan het vangen die in onze keukenla zat. Ik schaamde me dood."
De laatste stop in Oud-Zuid is een parkje bij het Andreasziekenhuis. Langs een muurtje zijn om de paar meter ingangen van rattentunnels te zien. De Dienst Ongediertebestrijding zal hier binnenkort ondergrondse buizen met gif plaatsen. Neuteboom legt uit dat op plekken als deze vaak ratten zitten omdat mensen hier de vogels voeren. Brood geven aan eendjes en duiven lijkt onschuldig, maar mensen beseffen vaak niet dat ratten hier ook gek op zijn. Ook meldingen van ratten in binnentuinen komen vaak doordat mensen vogels voeren, of om een andere reden etensresten over het balkon kiepen. Het advies: niet doen dus!