|
Gepubliceerd in: Folia Twee wetenschapsfilosofen schreven een boek waarin zij het geloof in bovennatuurlijke verschijnselen onder de loep nemen. Tot zo ver allemaal prima, maar het had wat toegankelijker gekund.
‘Nederland lijkt in de ban te zijn van het paranormale en het bovennatuurlijke. (…) Onze analyse laat zien waarom dit soort opvattingen onwetenschappelijk zijn, en dat de tandem wetenschap en educatie een antigif kan zijn tegen zulke onzin. (…) Dit boek leest zich, hopen we, als een louterende tocht langs gevaarlijke onzin waarin we verwachten dat mensen hun ongefundeerde onzinnige opvattingen langzaam zullen laten varen.’ Sterke taal uit de inleiding van een boek met een al even sterke titel: Wat een onzin!.
Wetenschapsfilosofen Herman de Regt en Hans Dooremalen van respectievelijk de Universiteit Tilburg en de Universiteit van Amsterdam zijn het zat dat Nederland zich massaal laaft aan televisieprogramma’s met paranormale mediums, op grote schaal homeopathische middelen gebruikt en maar al te graag gelooft dat onze geest los van ons lichaam kan bestaan. Met hun boek hopen ze hier verandering in te brengen.
Dat klinkt veelbelovend. En er passeren in het boek inderdaad tal van ontkrachtingen en ontmaskeringen. Zo wordt de bestseller over bijna-doodervaringen, Eindeloos bewustzijn van cardioloog Pim van Lommel, gefileerd. Zijn bewering dat bijna-doodervaringen optreden nadat alle hersenactiviteit is stilgevallen, blijkt bijvoorbeeld ongefundeerd. De auteurs leggen ook uit dat mediums zoals het bekende RTL4-medium Char niet echt met doden kunnen praten, maar zich van een serie trucs bedienen. Net als de bekende lepelbuiger Uri Geller. En dat homeopathie toch echt geen andere dan een placebowerking heeft. Dit alles doen De Regt en Dooremalen door geleidelijk uit te leggen wat wetenschap inhoudt en hoe wetenschap ons laat zien dat al deze fenomenen onzin zijn. Halverwege het boek is er een hoofdstuk uitgetrokken om nog eens dieper in te gaan op dit belang van de wetenschap.
Hoe kan het toch dat, als paranormale fenomenen aantoonbaar onzin zijn, we er toch zo massaal in geloven? De auteurs zoeken de verklaring hoofdzakelijk in de evolutionaire psychologie en sociobiologie. Deze wetenschappen draaien erom hoe onze hersenen en ons gedrag zich tijdens onze evolutie hebben ontwikkeld, en waarom. Mensen blijken van nature een sterke neiging te hebben om ergens een causaal verband of een patroon in te zien – ook als dit er niet is. Dat zou ons evolutionair gezien een voordeel hebben opgeleverd vanwege het better safe than sorry principe. Een ander bekend verschijnsel uit de psychologie is dat als we iets waarnemen waarvoor we geen verklaring weten, we ons hier ongemakkelijk bij voelen en een verklaring verzinnen. Die niet per se de juiste is. Zoals het kraken van hout toeschrijven aan geesten of bliksem aan de woede van goden. Het geloof in bovennatuurlijke zaken komt volgens De Regt en Dooremalen dus stomweg voort uit onze natuur.
Tot zo ver allemaal prima. Helaas heeft het boek ook een mankement: het is niet helemaal duidelijk voor welk publiek het geschreven is. Het doel dat de auteurs in de inleiding aangeven, en ook de indeling van het boek, lijken erop te wijzen dat het geschreven is voor het grote publiek. Maar het taalgebruik is niet altijd even eenvoudig. Zo staan er in de eerste hoofdstukken van het boek regelmatig kadertjes met als kop ‘demarcatiecriterium’, waarin onderscheidende kenmerken van wat wetenschap tot wetenschap maakt worden uitgelegd. Demarcatiecriterium is niet bepaald een alledaags woord, het zal de gemiddelde lezer dus waarschijnlijk niet snel het verhaal intrekken.
Toch lijkt, zoals gezegd, de opzet van het boek wel erop gericht te zijn om het toegankelijk te maken voor een breed publiek. Door de vele informatie over wetenschap, maar ook doordat elk hoofdstuk is opgedeeld in hapklare paragrafen. Deze zijn van elkaar gescheiden door middel van zowel witregels als tussenkoppen en elke paragraaf gaat in op een ander deelonderwerp. Ze zijn bovendien niet al te lang: gemiddeld anderhalve pagina. Dat is vrij kort, en niet altijd genoeg om een onderwerp volledig uit te diepen. Zoals de meer academisch geschoolde lezer waarschijnlijk graag zou zien; en minder geschoolde lezers misschien ook. Zo wordt het principe van cold reading, de truc die veel mediums gebruiken, wel uitgelegd. Het gaat hierbij om trucs waarbij je degene met wie je praat het gevoel geeft dat je van alles over diegene weet; maar in feite maakt een medium gebruik van slimme observaties, heel algemeen geldende uitspraken en dubbelzinnige uitspraken. Maar de auteurs laten het bij het uitleggen van het begrip, en dat is jammer. Een duidelijke illustratie aan de hand van meerdere praktijkvoorbeelden was overtuigender geweest.
Herman de Regt & Hans Dooremalen, Wat een onzin! Wetenschap en het paranormale, uitgeverij Boom, 250 blz., € 18,95
|