Hoofdmenu
Beginpagina
Mijn artikelen
Over mij
CV
Links
Contact
Zoeken
Gastenboek
Eerdere bezoekers
Visitors: 109051
RSS
feed image
Beginpagina arrow Mijn artikelen arrow Folia arrow Harde concurrentie in de biochemie
   
Harde concurrentie in de biochemie PDF Print E-mail
Written by Nadine Böke   
Friday, 30 January 2009
Dit artikel is onderdeel van een serie portretten van promovendi.
 
Biochemicus Alex Ter Beek koos er na zijn afstuderen voor om verder te gaan in de wetenschap, maar dit was niet helemaal wat hij ervan verwachtte. ‘Tip: zoek een goede dagelijks begeleider.’
 
‘We weten tegenwoordig zo veel. Maar van het leven zelf weten we vrij weinig. Dat intrigeert me. Ik wil graag helpen ophelderen hoe het leven in elkaar zit.’ Alex Ter Beek (1974) heeft scheikunde gestudeerd en wilde aanvankelijk de kant van de organische chemie op. Maar dat bleek ‘heel droog’. Dus werd het biochemie. Als aio deed hij onderzoek bij de afdeling Microbial Food Safety van het Swammerdam Institute for Life Sciences. ‘Mijn onderzoek had te maken met conserveringsmiddelen.’, vertelt Ter Beek. ‘Conserveringsmiddelen worden veel toegepast in voedingsproducten om bacteriën en andere schadelijke organismen te doden. Ze werken vrij goed, maar niet goed genoeg om alle micro-organismen dood te krijgen. Daarom wordt er onderzoek gedaan naar hoe deze middelen precies werken. Hoe reageren micro-organismen op een bepaald conserveringsmiddel? Wat doen ze om ertegen te vechten? Welke resistentiemechanismen zijn belangrijk?’

Ter Beeks praktische werk is inmiddels afgerond. Hij werkt al een poosje als postdoc in de groep Molecular Microbial Physiology binnen hetzelfde instituut als waar hij zijn promotieonderzoek deed. Ter Beek: ‘Normaal duurt het aioschap vier jaar. Maar bij mij is niet alles van een leien dakje gegaan.’ Momenteel hikt hij er al een poosje tegenaan om zijn proefschrift af te ronden. Maar de grootste problemen zaten in de eerste twee jaar van Ter Beeks onderzoek, waar hij in 2002 aan begon. ‘Ik was toen met onderzoeksmethoden bezig die niet werkten. Daar heb ik veel tijd mee verloren. Ik vond het heel moeilijk om dat te accepteren. Om op een gegeven moment te moeten zeggen: het is genoeg geweest, ik moet een andere richting op.’ Zijn problemen hadden er volgens Ter Beek mee te maken dat er onduidelijkheid in de begeleiding was. ‘Ik had niet zoiets als een dagelijks begeleider op het lab, iemand naar wie je toe kan met problemen. Dat zou ik wel als tip willen geven aan toekomstige promovendi: zoek zo iemand. Dat kan bijvoorbeeld een postdoc zijn. Promotoren staan vaak te ver van de praktijk in het lab af.’

Na zijn studie koos Ter Beek bewust voor een baan op een universiteit. Maar werken in de wetenschappelijke wereld bleek niet helemaal wat hij ervan had verwacht. Ter Beek: ‘Ik dacht toen ik nog student was, en ook in het begin van mijn aioschap, dat de wetenschappelijke wereld een soort ideële wereld was. Waarin iedereen elkaar helpt. Maar wat blijkt: je hebt gewoon met mensen te maken. Ook hier is harde concurrentie. Dus om te overleven moet je zelf ook harder worden. Het is naïef van me geweest om te denken dat er in dit opzicht een groot verschil zou zijn met het bedrijfsleven.’ Toch zou Ter Beek graag in de wetenschap blijven werken. Al beseft hij dat dit moeilijk kan worden: ‘Wetenschap is een soort piramide, met een basis van veel aio’s en aan de top één hoogleraar. Hoe hoger je komt op die piramide, hoe minder plekken er beschikbaar zijn en hoe groter de concurrentie wordt. Mijn vriendin werkt ook als wetenschapper op een universiteit. Maar we hebben afgesproken dat een van ons op een gegeven moment toch een baan in het bedrijfsleven gaat zoeken. Om zekerheid te hebben.’

Ondanks de moeilijke start en de desillusie over hoe de wetenschappelijke wereld werkt heeft het aio-onderzoek van Ter Beek ook positieve dingen opgeleverd. Zoals, naast een aantal publicaties, een patent. Ter Beek: ‘Het is een beetje ingewikkeld om uit te leggen, maar het komt er op neer dat we een methode hebben ontwikkeld waarmee je kan zoeken naar nieuwe natuurlijke conserveringsmiddelen. Er is inmiddels een aio aangesteld die doorgaat met mijn onderzoek. En er zijn daar bovenop twee onderzoeksvoorstellen ingediend die voortbouwen op mijn werk. Zoiets geeft veel voldoening.’

Tot slot zou Ter Beek aan toekomstige promovendi als tip mee willen geven om vooral te blijven relativeren. ‘Een van de zware dingen van het aioschap is dat het iets heel persoonlijks is. Het is echt jouw project waar je mee bezig bent. En als er dan iets misgaat, trek je je dat al snel persoonlijk aan. Een jaar geleden heb ik een zoontje gekregen. Dat is echt geweldig. En het heeft me doen beseffen dat ik me soms teveel aantrok van dingen. Dat ik mijn werk niet kon relativeren, dat ik niet dacht: “zo belangrijk is het ook weer niet”. Het klinkt als een cliché, maar familie en vrienden zijn uiteindelijk de belangrijkste dingen in je leven, niet je werk.’ 


Last Updated ( Monday, 01 June 2009 )
 
< Prev   Next >
Meest recente artikelen
Populairste artikelen
© 2006 | design by Matthias Miro
extra prednisone impotence zoloft tremor avandia risks cialis us online pharmacist buy soma with online prescription genuine cialis no prescription dogs paxil geodon drug