Amsterdam strijdt tegen de vliegende rat
Written by Nadine Böke   
Friday, 29 September 2006
De overlast van de vele duizenden duiven in Amsterdam is groot. De gemeente neemt al jaren maatregelen om de beesten te bestrijden. Ze kregen pillen, werden opgejaagd met roofvogels en zelfs vergast. Tegelijkertijd stimuleert de stad juist duiventillen in het centrum. ‘Bijna elke methode is hopeloos.’
 
Vogelminnend Nederland stond deze week op zijn achterste benen: de stad Groningen wil tweeduizend duiven vangen en doden. De duivenpopulatie is er de laatste jaren sterk is gegroeid, en de dieren zorgen voor veel overlast. Niet voor niets hebben zij bijnamen als vliegende ratten en patatkippen. Ook in Amsterdam komt de duif in groten getale voor en hebben de inwoners een haat/liefde verhouding met de diertjes. Ze worden hier op allerlei manieren bestreden; maar misschien lost het probleem zich vanzelf op.

Hoeveel duiven er momenteel in de Amsterdam leven, is niet precies bekend. De laatste telling stamt uit 2001. Er werden toen ruim 12.000 exemplaren waargenomen. Het drukst bewoonde stadsdeel bleek Centrum te zijn, met zo’n 2800 duiven. De grootste hoofdstedelijke hotspot bleek – hoe toepasselijk -  de Dam, waar gemiddeld honderdvijftig duiven zich ophouden, gevolgd door het Centraal Station (122) en het Beursplein (118).  

De Amsterdamse duiven veroorzaken allerlei soorten overlast. Ze dringen open snackbars binnen, laten zich met geen mogelijkheid van balkons verjagen en verstoppen met hun lijkjes dakgoten en regenpijpen. Maar de grootste overlast zit hem in de poep. De gemiddelde duif produceert hiervan ruim twee kilo per jaar. Bovendien zijn de uitwerpselen schadelijk. Besmeurde gebouwen, monumenten en standbeelden zijn niet alleen lelijk; er zitten ook zuren en zouten in de poep die het steen of metaal beschadigen.

Duiven zijn bovendien niet erg hygiënisch. Ze poepen ook rustig in hun eigen nest. En bouwen daar dan een jaar later gewoon weer een nieuw nest bovenop. Sommige nesten bestaan hierdoor uit een laag uitwerpselen tot twintig centimeter hoog waar wat takjes uit steken. Daarnaast bouwen de diertjes rustig een nieuw op een oud nest waarin dode jongen liggen. Duivennesten, maar ook de duiven zelf, zijn dan ook broeinesten voor allerlei bacteriën en parasieten.

Sommige van deze bacteriën en parasieten zijn ook schadelijk voor de mens. Over de ziektes die je zo kunt oplopen van duiven gaan allerlei enge verhalen rond. Het risico om inderdaad ziek te worden wordt echter volgens Martin Hommenga, woordvoerder van de Amsterdamse GGD, vaak overdreven. ‘Hoe wil je die parasieten binnen krijgen? Er worden inderdaad wel eens mensen ziek door contact met duiven. Maar daarbij gaat het meestal om situaties met ernstig vervuilde balkons, waar jonge kinderen eerst met hun handen de reling aanraken en hier later mee in hun mond komen. De meeste mensen raken duiven of hun poep toch niet zomaar aan; en als je het wel doet, ga je zeker niet daarna je handen aflikken.’

Anticonceptiepillen en roofvogels
De enige manier om de overlast van duiven te beperken, is te proberen de hoeveelheid duiven die in de stad leven terug te dringen. Amsterdam kent hier echter geen centraal beleid voor: ieder stadsdeel moet zijn eigen maatregelen nemen. Dat is niet erg handig, bijvoorbeeld omdat duiven zich gewoon verplaatsen van plekken waar ze bestreden worden naar plekken waar dit niet gebeurt. In 2000 bepleitte toenmalig wethouder Guido Frankfurther van stadsdeel Centrum in een uitgebreide nota over de aanpak van duivenoverlast dan ook dat deze aanpak voortaan een zaak van de centrale stad zou worden. Tot op heden is dit plan niet uitgevoerd.

Doordat elk stadsdeel zijn eigen maatregelen neemt om duivenoverlast tegen te gaan, en bovendien binnen elk stadsdeel vaak verschillende diensten zich hier mee bezighouden, is het onduidelijk hoeveel geld het duivenprobleem Amsterdam jaarlijks kost. In zijn nota gaf Frankfurther wel enkele aanwijzingen: het schoonmaken van de Blauwbrug kostte dat jaar 5000 gulden; het schoonmaken en aanbrengen van een duivenwering aan één kant van de Stopera 10.000; en landelijk zouden duiven jaarlijks voor miljoenen schade aanrichten aan monumenten.

De stadsdelen hebben in de loop van de jaren allerlei verschillende vormen van duivenbestrijding uitgeprobeerd. Zo maakten sommige stadsdelen voorheen gebruik van de ‘duivenpil’, voer waar een middel aan werd toegevoegd wat duiven onvruchtbaar maakt. Dit middel is tegenwoordig verboden, omdat op straat spelende kinderen het gif ook binnen kunnen krijgen.

Recenter schakelden enkele stadsdelen, waaronder Noord en Slotervaart, een bedrijf in dat duiven vangt door ze met roofvogels in kooien te jagen.  Een woordvoerder van stadsdeel Noord laat weten: ‘Van deze methode zijn we toch weer afgestapt. De hoeveelheid duiven die zo werd gevangen viel erg tegen. We werken tegenwoordig nog wel met hetzelfde bedrijf, maar nu met lokduiven. Twee keer per jaar zetten ze kooien met daarin een houten duif en voer op bijvoorbeeld flatgebouwen. Echte duiven zien het voer, denken dat er al een duif in de kooi zit, en gaan er ook in.’ En dan zitten ze vast. Gezonde duiven worden door het bedrijf vrijgelaten ergens ver buiten de stad; zieke maken ze af.

Stadsdeel Slotervaart stopte om dezelfde reden als Noord met de roofvogelmethode. Het stadsdeel heeft nu een contract met de GGD. De Amsterdamse GGD heeft een afdeling ongediertebestrijding die zich ook bezig houdt met duiven. Stadsdelen, maar ook particulieren, kunnen hier gebruik van maken. De GGD geeft adviezen voor de wering van duiven (via netten of spikes) en kan deze eventueel ook aanbrengen. Bij erge overlast vangen ze lokaal duiven weg via kooien met lokaas. Vervolgens worden deze duiven vergast. Hommenga: ‘Dat klinkt erger dan het is. De duiven raken na vijftien tot twintig seconden buiten bewustzijn, en gaan dan dood. Ze merken er dus bijna niks van.’

In zijn nota uit 2000 stelde voormalig wethouder Frankfurther voor om de duivenoverlast in stadsdeel Centrum voortaan alleen nog op diervriendelijke wijze aan te pakken. Hier dus geen roofvogels of vergassingen. Eind 2004 kregen de centrumduiven juist hun eigen luxe til op het dak van de Bijenkorf. In dit grote duivenhok worden de diertjes dagelijks door vrijwilligers voorzien van goed voer. Diezelfde vrijwilligers maken de til regelmatig schoon en verwisselen de eieren die duiven erin leggen door kalkeieren, om zo de voortplanting in te perken.

De til op het dak van de Bijenkorf staat er nu twee jaar en kort geleden is deze door het stadsdeel geëvalueerd. Jeroen Witkamp, beleidsmedewerker van de dienst Openbare Ruimte: ‘Het project lijkt een succes te zijn. De duivenpopulatie die gebruik maakt van de til wordt steeds gezonder. Of het aantal duiven rond de Dam afneemt kunnen we niet echt zien. Maar ze zien er nu in ieder geval een stuk beter uit. Er bereiken ons bovendien geen signalen van extreme overlast.’  De til is zelfs zo in trek bij de duiven, dat hij te klein dreigt te worden. Stadsdeel Centrum wil daarom nog een of twee tillen plaatsen, en zoekt nu naar bedrijven die er wel een op hun dak willen.

De beste maatregel: niets doen
Toch lijken alle maatregelen om de hoeveelheid duiven terug te dringen op dweilen met de kraan open. Door de til in Centrum worden de duiven gezonder, maar of het er ook minder worden, is nog maar de vraag. En je kan duiven wel verjagen met roofvogels, vangen in kooien en vergassen; maar er komen altijd weer nieuwe voor in de plaats. ‘Bijna elke methode is hopeloos’, aldus stadsecoloog Remco Daalder. ‘Als je lokaal duiven wegvangt, trekken er andere duiven naar die plek. Bovendien gaan de overgebleven duiven harder jongen.’ En dat kan erg hard gaan. Een duivenvrouwtje legt gemiddeld maarliefst zes keer per jaar twee eieren. Maar in gunstige omstandigheden, zoals wanneer er veel meer voedsel beschikbaar is doordat veel duiven zijn weggevangen, kan dit oplopen tot in totaal dertig.

Ook Hommenga van de GGD denkt dat dé methode om duiven te bestrijden eigenlijk niet bestaat. ‘Er zijn hier in de stad al veel experimenten en projecten geweest. Ook wordt er veel naar het buitenland gekeken, daar is ook van alles en nog wat geprobeerd. Maar er is nog geen methode waarvan mensen echt denken: ja, dit is het.’ Een van de redenen waarom duivenbestrijding vaak niet werkt, is volgens Hommenga dat mensen de duiven voeren. ‘Je kan die dieren wel in de ene straat vangen, maar als in de straat ernaast een oud mannetje ze elke dag brood geeft, schiet dat niet op. Dan komen er toch weer meer. En er zijn mensen die van het voeren van duiven een hele dagtaak maken.’

Sommige stadsdelen proberen daarom ook dit voeren aan te pakken. In stadsdeel Centrum geldt een voerverbod. Weinigen lijken dit echter te weten; op plekken als de Dam kan je dagelijks mensen duiven eten zien geven, en er staan zelfs regelmatig venters met zakjes voer. ‘Dat is niet de bedoeling. De politie hoort hierop te controleren’, reageert beleidsmedewerker Witkamp.
In stadsdeel Noord is het voeren van duiven niet verboden, maar hier wordt wel actief beleid gevoerd om het af te raden. Een woordvoerster vertelt: ‘We zien hier duidelijk dat de overlast van duiven vooral te maken heeft met de bewoners. In wijken waar weinig wordt gevoerd, is de overlast minder. We proberen mensen daarom via de buurtkrantjes hiervoor te waarschuwen. Ook woningbouwverenigingen werken hieraan mee; zij hangen bijvoorbeeld waarschuwingen op in de portieken van flats.’
          
Misschien is dus niet de duif maar de duivenvriend het grootste probleem. Dan zou een voerverbod in de gehele stad het duivenprobleem op kunnen lossen. Maar volgens stadsecoloog Daalder werkt dit niet. ‘Een verbod op bijvoeren heeft geen effect. Dat is op een paar plekken in Duitsland wel gebeurd, maar het hielp niet. De duiven wisten blijkbaar toch aan voldoende voedsel te komen.’ Een dergelijk verbod is bovendien lastig te handhaven. Op de Dam kan je nog wel een controleur neerzetten, maar wie controleert de talloze afgesloten binnentuinen die de stad rijk is?’

Volgens Daalder moet je een voerverbod ook helemaal niet willen. ‘Mensen houden toch ook van vogels. Je moet duiven niet alleen zien als een probleem. Duiven voeren met je kinderen is gewoon hartstikke leuk. En toeristen zijn ook gek duiven, die hebben er veel lol in om zich op de dam te laten fotograferen terwijl ze bedolven zijn onder de vogels. Onderschat de economische waarde van de duif niet.’

Daalder meent dat de overlast door duiven de komende jaren vanzelf zal afnemen. Want, zoals hij al eerder in de media liet weten, het dier dreigt uit te sterven. ‘Ik denk dat de duiven hier in Amsterdam over tien jaar weg zullen zijn. Of in ieder geval zijn het er dan een stuk minder. In sommige kleine gemeentes is de duif al verdwenen, en in andere loopt de populatie duidelijk achteruit.’

Belangrijkste reden voor de krimpende populatie is het gebrek aan plekken om te nestelen. De stadsduif is eigenlijk een rotsduif, die nestelt in holen en spleten. In oude gebouwen zitten die genoeg; maar nieuwbouw is vaak hermetisch dichtgebouwd. Zelfs de dakgoten zijn vaak voor de duif niet langer geschikt of toegankelijk.

 In Amsterdam is er nog een tweede reden voor de terugloop van de duivenpopulatie: er komen steeds meer roofvogels in de stad. Zo nestelden hier in 2002 nog tien sperwerpaartjes. Momenteel zijn het er dertig. Daalder: ‘Bij sperwers zijn het de vrouwtjes die duiven eten, want zij zijn groter dan de mannetjes. Een sperwervrouwtje pakt elke twee à drie dagen een duif. Haviken zijn nog groter, en al helemaal dol op duiven. Daarvan nestelen er nu vier paartjes in de stad.’ Al deze roofvogels samen vangen jaarlijks toch al snel honderen, zo niet meer dan duizend duiven.

Wat vindt Daalder dat de stad moet doen om  overlast van duiven nog verder tegen te gaan? ‘Je kan ze het beste alleen lokaal, daar waar schade is, aanpakken door wering zoals netten en spikes aan te brengen. En verder niets.’
Last Updated ( Sunday, 18 February 2007 )